“Kun jij dit nog even controleren? Jij ziet altijd alles.”
Het klinkt als een compliment. Toch weet je al wat er gebeurt. Je kijkt het stuk na, ontdekt nog drie problemen en blijft langer doorwerken dan gepland. Later vraag je je af waarom dit soort taken steeds bij jou terechtkomen.
Kwaliteiten en valkuilen liggen soms dichter bij elkaar dan je denkt. Sterke kanten kunnen tegen je gaan werken wanneer ze in bijna iedere situatie je vaste antwoord worden. Zorgvuldigheid helpt, maar niet als niets ooit goed genoeg is. Betrokkenheid is waardevol, maar kan uitputten wanneer je verantwoordelijkheid blijft dragen die niet van jou is.
Goed ergens in zijn betekent niet altijd dat het energie geeft
Niet alles waar iemand goed in is, voelt als een natuurlijke kracht. Sommige kwaliteiten komen gemakkelijk en geven voldoening. Ander gedrag is sterk ontwikkeld omdat het nodig was, werd gewaardeerd of hielp om spanning te voorkomen.
Iemand kan heel zelfstandig zijn, omdat hulp vragen vroeger weinig opleverde. Een ander is behulpzaam geworden, omdat rekening houden met anderen belangrijk was voor de sfeer. Van buitenaf ziet dat eruit als een kwaliteit. Van binnenuit kan het veel energie kosten.
Dat maakt zo’n vaardigheid niet minder echt. Wel is het interessant om te onderzoeken hoe zij is ontstaan en hoe zij wordt ervaren.
De vraag is daarom niet alleen: waar ben ik goed in? Ook relevant is: wanneer voelt dit gedrag natuurlijk en wanneer voelt het alsof ik een rol blijf vervullen?
Dat onderscheid helpt ook bij loopbaankeuzes. Goed kunnen organiseren betekent niet automatisch dat een functie vol regelwerk passend is.
Hoe kwaliteiten en valkuilen met elkaar samenhangen
Juist omdat een kwaliteit eerder iets heeft opgeleverd, wordt zij snel de vertrouwde aanpak. De daadkrachtige persoon neemt het voortouw. De behulpzame collega springt bij. Iemand die goed organiseert, lost de onduidelijkheid op.
Dat werkt, waardoor de omgeving dit gedrag vaker gaat vragen. Het wordt lastig wanneer er nauwelijks nog keuze lijkt te zijn. Je neemt automatisch over, controleert opnieuw of past je weer aan, ook wanneer de situatie om iets anders vraagt.
Onder druk wordt een kwaliteit vaak smaller ingezet
Een kwaliteit verandert niet voortdurend in een valkuil. Dat gebeurt meestal in bepaalde omstandigheden.
Onder tijdsdruk kan zorgvuldigheid veranderen in eindeloos controleren. Bij onzekerheid kan daadkracht doorschieten in doorduwen. Wie harmonie belangrijk vindt, kan bij spanning zo veel gaan aanpassen dat de eigen grens uit beeld raakt.
Vermoeidheid, kritiek of behoefte aan controle kunnen ervoor zorgen dat iemand sterker terugvalt op vertrouwd gedrag.
Het kernkwadrant wordt daarom interessanter wanneer niet alleen de kwaliteit en valkuil worden benoemd, maar ook het moment waarop het patroon ontstaat.
Vragen die daarbij helpen zijn:
- Wanneer gebeurt dit vooral?
- Wat staat er op dat moment voor mij op het spel?
- Wat probeer ik te voorkomen of onder controle te houden?
- Waaraan merk ik dat mijn kwaliteit niet meer helpt?
Zo wordt een valkuil geen vast onderdeel van iemands persoonlijkheid, maar gedrag dat in bepaalde situaties vaker naar voren komt.
Het kernkwadrant helpt kwaliteiten en valkuilen herkennen
In het kernkwadrant van Daniel Ofman worden vier begrippen verbonden: kernkwaliteit, valkuil, uitdaging en allergie. Het model loopt van kernkwaliteit naar valkuil, via uitdaging en allergie weer terug naar de kernkwaliteit.
De kernkwaliteit is een kracht die iemand gemakkelijk inzet of die duidelijk bij die persoon hoort. De valkuil laat zien hoe een kwaliteit kan doorschieten wanneer je die onder bepaalde omstandigheden te sterk of te eenzijdig inzet.
De uitdaging is aanvullend gedrag dat meer balans kan geven. De allergie gaat over gedrag van anderen waarop iemand opvallend sterk reageert. Een zorgvuldig persoon kan zich bijvoorbeeld ergeren aan nonchalance. Die irritatie kan informatie geven, maar zegt niet automatisch dat de ander fout zit.
Het kernkwadrant is vooral een reflectiemodel. Het stelt geen diagnose en verklaart niet volledig waarom iemand zich op een bepaalde manier gedraagt.
De uitdaging laat zien welk gedrag je kunt toevoegen
Wanneer duidelijk is waar en wanneer een kwaliteit doorschiet, wordt ook de uitdaging concreter.
De uitdaging is niet het tegenovergestelde van je kwaliteit. Iemand die zorgvuldig is, hoeft niet slordig te worden. Wie betrokken is, hoeft geen afstandelijke houding aan te nemen.
Het gaat om aanvullend gedrag dat in die situatie meer balans geeft. Bijvoorbeeld vooraf bepalen wat goed genoeg is, een taak terugleggen, eerst een vraag stellen of benoemen wat je zelf nodig hebt.
Zo kan het eruitzien:
- Zorgvuldigheid kan onder tijdsdruk perfectionisme worden. De uitdaging is bepalen wanneer het werk goed genoeg is.
- Betrokkenheid kan bij zorgen over een ander te veel overnemen. De uitdaging is helpen zonder de verantwoordelijkheid over te nemen.
- Daadkracht kan bij onduidelijkheid doorduwen worden. De uitdaging is vertragen en anderen meenemen.
Daardoor blijft de kwaliteit beschikbaar, maar wordt zij niet meer automatisch het enige antwoord.
Een valkuil is geen verklaring voor alles
Een model kan herkenning geven, maar ook te gemakkelijk worden gebruikt. “Ik ben nu eenmaal perfectionistisch” sluit het gesprek eerder af dan dat het iets verklaart.
Een valkuil benoemen wordt pas nuttig wanneer het concreet wordt. Wat deed je precies? In welke situatie? Wat leverde het op? En welk effect had het op jezelf of de ander?
Soms komt gedrag vooral voort uit de omgeving. Iemand controleert alles omdat fouten direct worden afgestraft. Een medewerker neemt taken over omdat de bezetting structureel tekortschiet. Dan ligt de oplossing niet alleen bij persoonlijk gedrag.
Ook bij kwaliteiten en valkuilen helpt het om onderscheid te maken tussen een natuurlijke kracht en aangeleerd gedrag. Misschien wordt iets een kernkwaliteit genoemd, terwijl het vooral een strategie is geworden om controle, waardering of veiligheid te behouden.
Wie merkt dat behulpzaamheid of verantwoordelijkheidsgevoel vooral leidt tot te veel dragen, kan verder lezen over grenzen aangeven zonder jezelf te verliezen.
Een kwaliteit hoeft niet kleiner te worden
Het doel is niet om minder zorgvuldig, betrokken of daadkrachtig te worden. De vraag is of die kwaliteit in de situatie helpt, of dat aanvullend gedrag nodig is.
Het artikel over bewuste keuzes maken gaat verder in op het moment waarop vertrouwd gedrag opkomt.
Wanneer samen onderzoeken helpt
Zelf een kernkwadrant invullen is relatief eenvoudig. De verdieping zit in concrete situaties. Wanneer geeft een kwaliteit energie? Wanneer kost hetzelfde gedrag vooral moeite? Wat gebeurt er vlak voordat het doorschiet? En welk aanvullend gedrag is dan haalbaar?
Een coach kan helpen om die vragen te verbinden. Niet om iemand in een profiel vast te zetten, maar om meer keuze te ontwikkelen in de manier waarop kwaliteiten worden gebruikt.
Wie eerst breder wil onderzoeken waar gedrag, drijfveren en voorkeuren vandaan komen, kan verder lezen over jezelf beter begrijpen en ontdekken wat je drijft.
Je sterke kant hoeft niet weg
Een kwaliteit die soms lastig uitpakt, is niet ineens een tekortkoming. Ze heeft waarschijnlijk veel opgeleverd.
Het wordt vooral interessant om drie dingen te onderzoeken: past deze kwaliteit werkelijk bij mij en geeft zij energie, in welke omstandigheden schiet zij door en welk aanvullend gedrag vormt daar mijn uitdaging?
Wanneer dat zichtbaar wordt, ontstaat ruimte om de kwaliteit te behouden en toch anders te reageren.
Tijdens een vrijblijvende kennismaking kunnen we bekijken welke patronen terugkomen en welke vorm van coaching daarbij past.